Léon Bakst (1866, Grodno – 1924 Parijs)
![]() Pablo Picasso, portret van Léon Bakst |
Na de kunstacademie ontmoette Bakst in 1890 Alexandre Benois die hem in aanraking bracht met het Symbolisme, de Art Nouveau en het Oriëntalisme. Bakst wilde hier meer van weten en nam tussen 1893 en 1896 in Parijs onder andere les van de oriëntalist Jean-Léon Gerome. Samen met Benois en vele anderen was Bakst in 1898 betrokken bij de oprichting van Diaghilev’s tijdschrift ‘Mir Iskusstva’ (De wereld van de kunst). Korte tijd was hij docent op de school van Yelizaveta Zvantseva in Sint-Petersburg. Zijn roeping vond hij echter in de theaterwereld.
![]() Decorontwerp 1e acte, Daphnis en Chloé, 1912 |
![]() Kostuumontwerp voor Nijinsky, 1922 |
Vanaf 1909 werkte Bakst voor de Ballets Russes van Diaghilev in Parijs. Hij ontwierp decors en kostuums voor producties als Carnaval en Schéhérazade, beide in 1910. Ook was hij betrokken bij Spectre de la Rose, L'Après-midi d'un faune in 1912, Daphnis and Chloë in 1912 en The Sleeping Princess in 1921.
![]() Kostuum voor een hofdame, in Sleeping Beauty, 1921 |
![]() Kostuumontwerp voor Boeotische man, in Narcisse, 1911 |
Bakst was een groot vernieuwer van de ballet- en operawereld. Voor het eerst werden decor en kostuums als één geheel behandeld. Veel van zijn ontwerpen hebben een oriëntaals karakter en bestaan uit felle kleuren en sterke licht/donker contrasten.
![]() Kostuumontwerp voor Salomé, 1908 |
![]() Kostuumontwerp voor een Lezgin, in Thamar, 1912 |
In 1919 weigerde Bakst de decors en kostuums voor La Boutique Fantastique voor Diaghilev te maken en werd vervangen door André Derain. In 1923 gingen Bakst en Diaghilev na vele ruzies definitief uit elkaar. Ze hebben het nooit meer goed gemaakt.







