George Balanchine (1904 Sint-Petersburg – 1983 New York)
Balanchine kreeg een gedegen muzikale opleiding. Tussen 1914 en 1921 studeerde hij aan de Balletschool in Sint-Petersburg. In 1924 verliet hij Rusland en vestigde zich in Parijs. Binnen korte tijd kon hij bij Diaghilev aan de slag als danser en in 1925 benoemde deze hem tot huischoreograaf van het Russische Ballet.

benois
Alexandre Benois, kostuumontwerp voor een
Chinese Wachter, in Rossignol, 1914

Balanchine verzorgde in 1925 de choreografie voor de opera Le chant du Rossignol van Stravinsky. Deze opera was eerst voorzien van een choreografie door Massine, maar Diaghilev was hier niet tevreden mee. Voor Stravinksy maakte Balanchine ook de choreografie bij Apollon Musagète in 1928. In 1929 bedacht hij de choreografie voor Le fils prodigue van Prokofiev.
Hoewel de dood van Diaghilev in 1929 het einde betekende voor het Russische Ballet, bleef Balanchine nog volop succesvol als vernieuwer van de moderne dans. Hij maakte abstracte, dynamische balletten zonder duidelijk plot, waarbij de nadruk lag op de ‘pure’ dans.

In 1932 werd hij choreograaf voor de Ballets Russes de Monte Carlo. In 1933 emigreerde hij naar de VS en richtte in 1935 de Amerikaanse Ballet Coöperatie op. In 1946 was hij medeoprichter van wat later het New York City Ballet zou heten. Het waren vooral de tientallen choreografieën voor dit gezelschap die hem tot misschien wel de belangrijkste choreograaf van de twintigste eeuw zouden maken.