Duur: 2.30 uur
Plaats :groepslokaal
Door wie: museumdocent
Kosten: 95,00 euro
De workshop begint met een korte introductie van het Groninger Museum. Wat is een museum. Plotseling verschijnt er een handpop, Jan Wiegers. Hij bemoeit zich met het gesprek.
Hij nodigt de museumdocent uit om mee te gaan naar het Blauwborgje, een boerderij met enkele opstallen vroeger gelegen ten noorden van Paddepoel aan het Reitdiep.
Jan Wiegers krijgt gezelschap van de handpop Alida Pott. Op de cd-rom zijn ze ook samen te zien. Samen introduceren ze de zes hoofdkleuren van de Ploeg. Kleuren roepen een gevoel op. De handpoppen roepen de kinderen op om hier op een ludieke manier uiting aan te geven.
Jan Wiegers laat zijn schilderij De Rode Bomen zien.Waarom zijn de bomen rood en niet groen? Komt dat door de zon die op het groene bladerdak schijnt? Of heeft het te maken met de nakleur die automatisch verschijnt aan de binnen kant van je ogen als je lang naar groen kijkt? Jan Wiegers doet de proef op de som. De kinderen ontdekken het geheim dat achter de Ploegkleuren schuilt.
Aan de slag
De verwerkingopdracht wordt aangepast aan de actuele tentoonstelling. In 2006 is er een tentoonstelling van Jordens te zien. Jan Jordens heeft tijdens zijn leven vele technieken gebruikt. Een ervan is de collage techniek. Het kunstwerk werd uit verschillende materialen samengesteld. Hij gebruikte bijvoorbeeld steengruis, touw, stofjes, dit alles werd vast geverfd op de ondergrond. De kinderen maken een werkstuk in de collagetechniek á la Jordens.
De resultaten van de workshops zijn binnenkort op de website van het Groninger Museum te bewonderen.
Duur: 2.30 uur(ochtendprogramma)
Plaats: groepslokaal
Door wie: museumdocent
Kosten: 95,00 euro
In deze workshop staat de eigen omgeving centraal van zowel De Ploegleden als die van de leerlingen. Ploegleden voelden zich geïnspireerd door hun eigen omgeving. Martens schilderde de stad, Dijkstra,Wiegers en Altink trokken er regelmatig op uit om het platteland in felle expressieve kleuren neer te zetten.
Schilderijen van verschillende Ploegleden dienen als voorbeeld om de verschillende technieken die de Ploegleden gebruikten te illustreren. ‘Het platteland en de stad’ hebben ze allemaal als gemeenschappelijk onderwerp. Centraal staan bij de bespreking; vorm, compositie, kleurgebruik, de technieken en materialen, de inhoud en de betekenis van een kunstwerk.
Het is de bedoeling dat de leerlingen met ‘Ploegogen’ naar hun eigen omgeving kijken.
De zes schilderijen dienen als voorbeeld hoe de Ploegleden hun onderwerp zagen en schilderden. De beeldelementen worden uitvoerig besproken.
Hierna gaan de leerlingen in groepjes vele schilderijen van meerdere Ploegleden via de website van het Groninger Museum bekijken. Ze letten hierbij op de beeldelementen die vaak in de schilderijen naar voren kwamen..
Aan de slag
De leerlingen hebben nu ‘Ploegogen’. Met de vele kleurige kunstwerken op hun netvlies gaan de leerlingen op het schoolplein, aan de slag. Het schoolplein vormt de inspiratiebron. Teruggekomen in de klas beginnen de leerlingen in groepjes de opdracht uit te werken. Op de tafel ligt materiaal klaar waarmee de verschillende Ploegkunstenaars hebben gewerkt. De leerlingen verwerken de schets, hun eigentijdse object in een werkstuk. Er worden digitale opnames gemaakt door de museumdocent van de Ploegwerken, van de directe omgeving, van de schetsen en tenslotte van elke tafel een gekozen werkstuk. Deze opnames worden verwerkt op de website van het Groninger Museum. De school wordt zichtbaar. Iedereen kan de resultaten van deze school bekijken namelijk eigentijdse werkstukken die gemaakt zijn door leerlingen geïnspireerd door de eigen omgeving, uitgevoerd in een Ploegtechniek. De leerlingen treden in het voetspoor van De Ploegleden die de provincie en de stad als geliefd onderwerp kozen. De verwerkingsopdrachten worden aangepast aan de actuele Ploegtentoonstellingen.
